ami

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Esperanto

Uitspraak
  • IPA: /ˈa.mi/
Woordafbreking
  • a‧mi
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

ami

  1. (overgankelijk) liefhebben, houden van
    «Mi amas vin.»
    Ik hou van je.
Antoniemen
Vervoeging


Frans

  enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
mannelijk   ami     l'ami     amis     les amis  
vrouwelijk   amie     l'amie     amies     les amies  

Zelfstandig naamwoord

ami m

  1. vriend


Hongaars

Betrekkelijk voornaamwoord

ami

  1. wat, dat