ami
Uiterlijk
- IPA: /ˈa.mi/
- a‧mi
ami
- overgankelijk liefhebben, houden van
- «Mi amas vin.»
- Ik hou van je.
- «Mi amas vin.»
| infinitief | ami |
| tegenwoordige tijd | amas |
| verleden tijd | amis |
| toekomende tijd | amos |
| voorwaardelijke wijs | amus |
| gebiedende wijs | amu |
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord | |
| mannelijk | ami | l'ami | amis | les amis |
| vrouwelijk | amie | l'amie | amies | les amies |
ami m
- mannelijke vorm van amie
- ↑ ami (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
ami
Categorieën:
- Woorden in het Esperanto
- Woorden in het Esperanto van lengte 3
- Woorden in het Esperanto met IPA-weergave
- Werkwoord in het Esperanto
- Overgankelijk werkwoord in het Esperanto
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 3
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Woorden in het Hongaars
- Betrekkelijk voornaamwoord in het Hongaars