ambtsmisdrijf
Uiterlijk
- Geluid: ambtsmisdrijf (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɑmptsmɪzdrɛɪf / (4 lettergrepen)
- ambts·mis·drijf
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ambtsmisdrijf | ambtsmisdrijven |
| verkleinwoord |
het ambtsmisdrijf o
- (misdaad) een criminele handeling die men tijdens de uitoefening van zijn ambt bedrijft
- ▸ Dan zou het uit het oogpunt van de aanklager bijna een ambtsmisdrijf zijn geweest om het geld van de belastingbetalers uit te geven aan een zinloze rechtszaak.[2]
- Het woord ambtsmisdrijf staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)“Zij die dromen doden slapen nooit” (2017), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044640496
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -s- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Misdaad in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal