ambiguïteit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • am·bi·guï·teit, am·bi·gu·iteit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ambiguïteit ambiguïteiten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ambiguïteit [2] v

  1. dubbelzinnigheid
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
79 % van de Nederlanders
84 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal