ambetanterik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • am·be·tan·te·rik
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van een leenwoord uit het Frans, embêtant
  • afgeleid van ambetant met het achtervoegsel -erik
enkelvoud meervoud
naamwoord ambetanterik ambetanteriken
verkleinwoord ambetanterikje
ambetanterikske
ambetanterikjes
ambetanterikskes

Zelfstandig naamwoord

ambetanterik m

  1. een vervelend of een lastig persoon

Gangbaarheid

18 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be