ambassadeur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • am·bas·sa·deur
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Franse 'ambassadeur' met het achtervoegsel -eur [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord ambassadeur ambassadeurs
verkleinwoord ambassadeurtje ambassadeurtjes

Zelfstandig naamwoord

ambassadeur m

  1. (politiek) (beroep), (diplomatie) iemand die door de ene staat is aangesteld om deze staat bij een andere staat te vertegenwoordigen.
  2. (beroep) iemand die vaak namens een sector of belangenorganisatie die sector probeert te vertegenwoordigen
    • Paul van Vliet is lange tijd ambassadeur van UNICEF geweest. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. www.nu.nl