alvorlege

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nynorsk

Woordafbreking
  • al·vor·le·ge

Bijvoeglijk naamwoord

alvorlege, m /v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van alvorleg

alvorlege, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van alvorleg