alver

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·ver
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord alver alvers
verkleinwoord alvertje alvertjes

Zelfstandig naamwoord

alver m

  1. (vissen) tot de karperachtigen behorende vis
  2. (vissen) Alburnus alburnus
Vertalingen

Gangbaarheid

18 % van de Nederlanders
29 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen