althoboïst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • alt·ho·boïst, alt·ho·bo·ist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord althoboïst althoboïsten
verkleinwoord althoboïstje althoboïstjes

Zelfstandig naamwoord

althoboïst m

  1. (muziek), (beroep) iemand die althobo speelt
    • In een orkest gaf deze keer een althoboïst de toon aan waarop gestemd wordt. 
Hyperoniemen
Hyperoniemen

Gangbaarheid