alternator

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·ter·na·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord alternator alternators
alternatoren
verkleinwoord alternatortje alternatortjes

Zelfstandig naamwoord

alternator

  1. (werktuigbouwkunde) (elektrotechniek) machine waarin mechanische energie, binnenkomend via een draaiende as, omgezet wordt in elektrische wisselstroom
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

56 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen