Naar inhoud springen

alstra

Uit WikiWoordenboek
stamtijd
infinitief verleden
tijd
supinum
alstra
alstrade
alstrad
volledig
  1. overgankelijk voortbrengen, genereren, produceren
    «Solen alstrar värme och ljus.»
    De zon geeft warmte en licht.
  2. overgankelijk (natuurkunde) (techniek) opwekken (bijvoorbeeld elektriciteit of warmte)
  3. overgankelijk (figuurlijk) veroorzaken, teweegbrengen
    «Konflikten alstrade mycket hat.»
    Het conflict bracht veel haat teweeg.