Naar inhoud springen

alsnog

Uit WikiWoordenboek
  • als·nog

alsnog

  1. toch nog
    • Na zeer lange tijd in Ghana verbleven te hebben, hebben we alsnog een beetje Twi geleerd. 
     Na de rechtszaak in 1967 kregen twee Franse officieren alsnog een celstraf opgelegd wegens hun rol in de ontvoering.[1]
     De kweker hoopt dat hij de bloemen alsnog kwijtraakt. "Het is toch een van de topweken voor ons, dus het hakt er wel in. Ik hoop dat de mensen in de regio-Nijmegen als de vierdaagseweek begint toch weer een bosje op tafel zetten. Het vierdaagsegevoel in huis halen."[2]
97 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[3]
  1. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125
  2. Bronlink Weblink bron “Kweker heeft 300.000 gladiolen over door afgelasting Vierdaagse” (2 juni 2020), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be