alpinist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·pi·nist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord alpinist alpinisten
verkleinwoord alpinistje alpinistjes

Zelfstandig naamwoord

alpinist m

  1. (sport) iemand die de bergsport beoefent
    • De alpinist verdwaalde en werd nooit meer gevonden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie