alpenwei

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

bergbeekje me brug en koe met op de achtergrond een alpenwei
Uitspraak
Woordafbreking
  • al·pen·wei
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord alpenwei alpenweien
verkleinwoord alpenweitje alpenweitjes

Zelfstandig naamwoord

alpenwei v/m

  1. weiland in de bergen waar koeien kunnen grazen
    • Zuivelmerk Almhof dankt de nominatie aan reclames waarin koeien grazen in een alpenwei. Het bedrijf houdt volgens Wakker Dier echter een groot deel van haar koeien binnen. [1] 
    • Deze keer kiest Otten voor een route in Zwitserland waar hij ooit met zijn echtgenote op vakantie was. Het beeldscherm laat een onverhard pad langs de alpenwei zien. Intussen klinkt uit de luidsprekers het geknisper van het gravel. Carolien Brunninkhuis wijst naar de display van de hometrainer dat het calorieverbruik laat zien. “Ah, dan mag ik straks een pennywafel extra’’, grapt Aloys Otten. [2] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad 01-08-2017 ‘Liegebeestverkiezing’ weer van start
  2. Tubantia Josien Kodde 23-01-18, Opa uit Hengelo fietst op de hometrainer door Zwitserland