alomtegenwoordigheid
Uiterlijk
- al·om·te·gen·woor·dig·heid
- afgeleid van alomtegenwoordig met het achtervoegsel -heid[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | alomtegenwoordigheid | - |
| verkleinwoord | - | - |
de alomtegenwoordigheid v
- (filosofie) de eigenschap om overal tegelijkertijd aanwezig te zijn
- ▸ Er kan je een claustrofobisch gevoel overvallen bij de gedachte datje nooit zult kunnen ontkomen aan de alomtegenwoordigheid van priklimonade of de reclameclaims van verzachtende shampoo; dat er altijd wel ergens in de omgeving een boodschap hangt, zelfs in de palmbomen langs de Nijl tussen Aswan en Luxor, of in de paden die naar Angkor Wat leiden, of boven de Niagarawatervallen.[2]
- ▸ Het was de alomtegenwoordigheid van de oudheid die tot mijn verbeelding sprak.[3]
1.
- Het woord alomtegenwoordigheid staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ “Hoe overleef ik de moderne wereld” (2022), Atlas Contact
, ISBN 9789045045979 - ↑ Victoria Holt“Geluk in gevaar” (2021), Saga, ISBN 9788726484922
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 20
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -heid in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Filosofie in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal