alluvium

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·lu·vi·um
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord alluvium -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

alluvium o

  1. (geologie) sediment van los materiaal (regoliet) dat door stromend water is afgezet
    • Dit alluvium bestaat hoofdzakelijk uit kalkrijke, bruinachtige, zware klei; slechts in de grote kreken treft men zandig materiaal aan. [3]
    • Vroeger bestond het Eijerland uit de van ouds bekende Duinkom, gevormd door diluvische of oorspronkelijke gronden, (waarop het geheel op zichzelf staande Eijerlandshuis gevonden wordt) en het tusschen dit Eijerland en Texel gelegene Buitenveld, een' alluvium of aangespoelden grond. [4]
  2. (geologie) (verouderd) laatste tijdvak van de periode quartair
    • (…) het mesolithicum en het neolithicum moeten worden geplaatst in de tegenwoordige periode, het alluvium of holoceen. [5]
Opmerkingen
  • [2] Volgens de standaard van de Internationale Commissie voor Stratigrafie heet dit tijdperk "holoceen"[6]
Schrijfwijzen
  • [2] Alluvium (vroeger gangbare spelling). In specialistische publicaties blijft volgens de Taalunie spelling met een hoofdletter mogelijk, zie hier.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen