allesomvattend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·les·om·vat·tend
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen allesomvattend
verbogen allesomvattende
partitief allesomvattends

Bijvoeglijk naamwoord

allesomvattend [1]

  1. toepasbaar voor alle situaties
     GroenLinks is ook kritisch: ,,Mijn fractie zal nooit voor een wet stemmen die allesomvattend is’’, zegt Klaver. ,,We moeten oppassen dat de tijdelijke situatie nu wettelijk gaan vastleggen. Ingrijpende beslissingen zullen altijd langs het parlement moeten.’’[2]
     „Ja. Er is niets wat ik niet zou doen om jouw vrouw uit het leven van mijn kind te houden. Zelfs als dat betekent dat we jou zouden kwijtraken.” Ik loop naar hem toe. Die ene vraag, die allesomvattende vraag waarvan het antwoord Mark met één klap uit mijn leven weg kan vagen, heeft hij nog niet gesteld: ben ik wel Ella’s vader?[3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Maarten van Ast & Edwin van der Aa “Rutte wijst extra investering zorg van de hand: ‘Wat bereik je daarmee?’” (25-06-2020), Tubantia
  3. Bronlink Weblink bron LIA VAN ROODEN “Dagboek van een Minnares: ’Hij kreunt als hij mijn naakte lichaam ziet’” (24 aug. 2020), De Telegraaf