alimenter
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| alimenter |
alimentais |
alimenté |
| eerste groep | volledig | |
alimenter
- overgankelijk voeden [1]; van voedsel voorzien
- overgankelijk onderhouden; van het nodige voorzien
- overgankelijk (figuurlijk) voeden [3]; aanzetten; doen groeien