aléatoire
Uiterlijk
- Ontleend aan Latijn aleatorius “spelend, gokkend bij het dobbelen”.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk / vrouwelijk |
aléatoire | aléatoires |
aléatoire
- toevallig, bij toeval, niet met opzet
- willekeurig
- (juridisch) ad hoc, wisselvallig, afhankelijk van de omstandigheden