aks

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aks
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijl’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • uit het Oudnederlands[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord aks aksen
verkleinwoord aksje aksjes

Zelfstandig naamwoord

aks v/m

  1. een bijl met een lange steel

Gangbaarheid

40 % van de Nederlanders
45 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

Turks

Zelfstandig naamwoord

aks

  1. as, spil.