akoestisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • akoes·tisch
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen akoestisch akoestischer
verbogen akoestische akoestischere
partitief akoestisch akoestischers -

Bijvoeglijk naamwoord

akoestisch

  1. wat geluid betreft
    • Deze zaal werd aan een akoestisch onderzoek onderworpen. 
  2. (muziek) zonder elektronische versterking voortgebracht
    • Dit stuk is bedoeld voor een akoestische gitaar. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie