aigu
Uiterlijk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | aigu | aigus |
| vrouwelijk | aigüe, aiguë | aigües, aiguës |
aigu
- scherp; puntig [1]
- (meetkunde) scherp [2] (van een hoek)
- schril; scherp [4]; de zintuigen sterk prikkelend
- acuut; plots bn
- (medisch) acuut
- er zijn twee mogelijkheiden om het bijvoeglijk naamwoord te vervoegen: volgens de nieuwe spelling (verbeterde spelling van 1990) (aigüe, aigües) en de oude spelling (traditionele spelling) (aiguë, aiguës)