Naar inhoud springen

agronoom

Uit WikiWoordenboek
  • agro·noom
enkelvoud meervoud
naamwoord agronoom agronomen
verkleinwoord agronoompje agronoompjes

deagronoomm

  1. (beroep) (landbouw) deskundige in de agronomie, een landbouwkundige
72 %van de Nederlanders;
81 %van de Vlamingen.[2]