agressiviteit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • agres·si·vi·teit
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het agressief-zijn’ voor het eerst aangetroffen in 1933 [1]
  • Afgeleid van agressief met het achtervoegsel -iteit [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord agressiviteit agressiviteiten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

agressiviteit v

  1. de neiging tot agressie
  2. het agressief zijn
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen