agogiek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ago·giek
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vormingswerk’ voor het eerst aangetroffen in 1992 [1]
  • afgeleid van agoog met het achtervoegsel -iek [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord agogiek -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

agogiek v [3]

  1. (muziek) leer van de minuscule veranderingen in de uitvoering (bijv. het tempo) ter wille van de voordracht
  2. de leer van het begeleiden, aansturen of beleidsmatig mogelijk maken van veranderingsprocessen bij mensen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders
80 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen