agh

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ɑχ/ (Etsbergs)

Tussenwerpsel

agh

  1. (Hooglimburgs) ach!

Zelfstandig naamwoord

agh o

  1. (Hooglimburgs) het ach-zeggen.
Verbuiging