agger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Agger


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ag·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord agger aggers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

agger m

  1. tijdens eb door stromingen veroorzaakte korte stijging van het waterpeil
    • De per dag tweemaal rondlopende wijzer is een 'peilstok' die de waterstand in uren voor en na hoogwater aangeeft. Tijdens laagwater vindt vaak nog een kortstondige, bijna onmerkbare rijzing van het water plaats: een zogeheten agger. [5]
  2. (gereedschap) grote handboor die met een dwarsstang wordt rondgedraaid
    • Van de plaats achter zijn huis wilde hij een nieuw riool leggen: "tot aan de planken van de kade en daardoorheen, ettelijke gaten te boren met een "agger", waardoor het havenwater uit en in zou kunnen vloeien". [6]
  3. (bouwkunde) aarden wal, zoals de Romeinen die aanlegden onder wegen, als waterkering of voor militaire doelen
    • Ook was dit baanvak normaal wat hoger gelegen dan het omliggende terrein; dit heeft zowel te maken met veiligheid als drainage en belette dat de weg te snel onzichtbaar zou worden in gebieden met regelmatige sneeuwval of overstroming in laagland, zoals in de Povlakte waar de meeste Romeinse wegen op een agger waren aangelegd. [7]
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

10 % van de Nederlanders;
14 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen