afwisselinkjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·wis·se·lin·kjes

Zelfstandig naamwoord

afwisselinkjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord afwisseling