Naar inhoud springen

afweten

Uit WikiWoordenboek
  • af·we·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afweten
wist af
afgeweten
onregelmatig volledig

afweten

  1. inergatief iets ~ van: kennis bezitten op een bepaald gebied
    • Wat weet jij daarvan af? 
     Kortom, met deze dwazen die de menselijke ziel niet hebben doorgrond, die niets afweten van een groter plan, en die ergens de handdoek in de ring hebben gegooid heb ik verder niets gemeen behalve dat we de ganse dag geen moer te doen hebben.[1]
     Het heeft geen zin om het uit te leggen, want als je niets van het onderwerp afweet, is het je reinste mystiek.[2]
  2. het laten weten dat iets niet doorgaat
    • Hij liet weten dat het voorgenomen vakantieplan tot zijn spijt af is. 
  3. (figuurlijk) laten ~: het zonder kennisgeving in gebreke blijven
    • Hij komt zijn beloften nooit na, hij laat het altijd afweten. 
  4. (figuurlijk) laten ~: het defect raken van werktuigen, apparatuur etc.
    • Hij kwam te laat, zijn auto liet het weer eens afweten. 
  5. (figuurlijk) in de steek laten; niet meer kunnen vertrouwen
     Haar hersens lieten het volledig afweten.[3]
97 %van de Nederlanders;
96 %van de Vlamingen.[4]
  1. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125
  2. “Hoe overleef ik de moderne wereld” (2022), Atlas Contact op Wikipedia, ISBN 9789045045979
  3. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be