afwerking

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·wer·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afwerking -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

afwerking v

  1. de voltooiing
    De afwerking van het script verliep goed.
  2. de wijze waarop iets voltooid is
    De afwerking van het boek werd gepubliceerd.