afwerking

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·wer·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afwerking afwerkingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

afwerking v

  1. de voltooiing
    • De afwerking van het script verliep goed. 
  2. de wijze waarop iets voltooid is
    • De afwerking van het boek werd gepubliceerd. 
Vertalingen


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.