afweging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·we·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afweging afwegingen
verkleinwoord afweginkje afweginkjes

Zelfstandig naamwoord

afweging v

  1. (scheikunde) het prepareren van een hoeveelheid stof met een bekend gewicht door weging met een weegschaal
    • De stoechiometrie van het reactiemengsel werd door afweging bepaald. 
  2. het nauwkeurig nagaan van de voor- en de nadelen van een bepaalde beslissing
    • Helaas werd deze mogelijkheid niet in de afweging meegenomen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.