afwateringsgebied

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·wa·te·rings·ge·bied
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afwateringsgebied afwateringsgebieden
verkleinwoord afwateringsgebiedje afwateringsgebiedjes

Zelfstandig naamwoord

afwateringsgebied o

  1. (waterstaat) een gebied waaruit het water wordt afgevoerd via een bepaalde waterweg
    • Almelo hoort bij het afwateringsgebied van de Vecht 
    • De Kaskawulsh heeft altijd al op de grens tussen twee afwateringsgebieden gebalanceerd, en ze allebei gevoed. Aan het eind van de laatste ijstijd, zo’n twaalfduizend jaar geleden, waterde de gletsjer vooral af naar het zuiden. Tussen de zestiende en de achttiende eeuw - de periode die met enige overdrijving de ‘kleine ijstijd’ wordt genoemd - was de wereld een tikje kouder dan vandaag, groeide de gletsjer aan en begon hij zogoed als uitsluitend via het noorden af te wateren.[1] 
    • Tsja, het water stroomt nu eenmaal niet langs gemeentegrenzen. De waterschapsgrenzen zijn bepaald op basis van stroomgebieden en afwateringsgebieden, dus: welk water met welk ander water in verbinding staat, en waar het water naartoe loopt. Sommige kiezers uitten via Twitter hun onvrede over de verwarrende kleuren van de biljetten, passen en bussen. Anderen lieten weten de verkiezingen berhaupt zinloos te vinden.[2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. de Standaard 18 APRIL 2017
  2. NRC Laura Klompenhouwer 19 maart 2015