afvragen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·vra·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afvragen
vroeg af
afgevraagd
zwak -d

klasse 6

volledig

Werkwoord

afvragen

  1. wederkerend: zich ~: zichzelf een vraag stellen
    • Ik heb mij zo vaak afgevraagd wat de reden daarvoor is. 
  2. wederkerend: zich ~: vraagtekens plaatsen bij
    • Ik vraag me af of uw opvatting wel juist is. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.