afvoerpijpje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·voer·pijp·je

Zelfstandig naamwoord

afvoerpijpje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord afvoerpijp