afvoerbuis
Uiterlijk

- Geluid: afvoerbuis (hulp, bestand)
- af·voer·buis
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | afvoerbuis | afvoerbuizen |
| verkleinwoord | afvoerbuisje | afvoerbuisjes |
- pijp waarmee men overvloedige vloeistof kan laten wegvloeien
- De afvoerbuis van de wastafel was verstopt door de lange haren van de vrouwen die boven de wastafel hun haren kamden.
- ▸ De ovaalvormige vloer waarop ze lag, was ongeveer tweeëneenhalf bij drie meter, met in het midden een smalle afvoerbuis.[2]
- ▸ „En wijzelf ook, natuurlijk," zei hij dan met zijn lach, die deed denken aan water dat door een afvoerbuis stroomt en mij ook altijd aan het lachen maakte.[3]
- Het woord afvoerbuis staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "afvoerbuis" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ “De schreeuw van het lam” (1994), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 902451990X - ↑ Victoria Holt“De schaduw van gisteren” (2021), Saga, ISBN 9788726484830
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %