afvikler

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Woordafbreking
  • af·vik·ler
Woordherkomst en -opbouw
  • Deense werkwoordsvorm met het voorvoegsel af-
Naar frequentie 74943

Werkwoord

afvikler

  1. tegenwoordige tijd van afvikle