afventer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Woordafbreking
  • af·ven·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Deense werkwoordsvorm met het voorvoegsel af-
Naar frequentie 5211

Werkwoord

afventer

  1. tegenwoordige tijd van afvente