afvallen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·val·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van vallen met het voorvoegsel af-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afvallen
/'ɑfɑlə(n)/
viel af
/vil'ʔɑf/
afgevallen
/'afxəvɑlə(n)/
klasse 7 volledig

Werkwoord

afvallen

  1. (ergatief) gewicht verliezen
  2. (ergatief) de koers van een schip in de richting van de lijzijde wijzigen
  3. (ergatief) ontrouw worden aan zijn geloof
  4. (ergatief) vallen vanaf een hoger gelegen plek
  5. (ergatief) niet meer meetellen
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen