aftroggelarij
Uiterlijk
- Geluid: aftroggelarij (hulp, bestand)
- IPA: / ɑftrɔɣəla'rɛɪ / (6 lettergrepen)
- af·trog·ge·la·rij
- Naamwoord van handeling van aftroggelen met het achtervoegsel -arij[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aftroggelarij | aftroggelarijen |
| verkleinwoord |
de aftroggelarij v
- de keer dat men op slinkse wijze iets verkrijgt van een ander
- Het woord aftroggelarij staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "aftroggelarij" herkend door:
| 81 % | van de Nederlanders; |
| 85 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ NRC Hans Buddingh' 27 december 2002 Tindemans kletste niet
- ↑ De Standaard 06 FEBRUARI 2004 (yng) Opnieuw Roemeense zwartwerkers in binnenspeeldorp Esen
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 6 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -arij in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 81 %
- Prevalentie Vlaanderen 85 %