aftreding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·tre·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aftreding aftredingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aftreding v

  1. het ontslag nemen uit een ambt of functie
    • en samenzwering met Rusland, impertinente leugens en mensenrechtenschendingen zijn maar enkele van de verontrustende ontwikkelingen rondom de Amerikaanse president Donald Trump. Het afgelopen jaar domineerde elke misstap die hij en zijn team begingen het wereldnieuws. Dit jaar is de Zimbabwaanse Mugabe succesvol gedwongen tot aftreding, gaat dat volgend jaar lukken met de dictatoriale president in het Witte Huis? [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Clarice Gargard 23 december 2017 Over de VS raast een Democratische wervelwind