Naar inhoud springen

aftreden

Uit WikiWoordenboek
  • af·tre·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aftreden
trad af
afgetreden
klasse 5 volledig

aftreden

  1. ergatief een bepaalde positie of een bepaald ambt opgeven
    • Hij is gisteren afgetreden als bisschop van dat bisdom. 

deaftredenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord aftred
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be