aftelsom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·tel·som
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aftelsom aftelsommen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aftelsom v/m

  1. een rekenkundige opgave waarbij een getal aftrekt van een ander getal
  2. (figuurlijk) een procedure waarbij van een groter geheel steeds iets of iemand afgehaald wordt
    • Volgens hem bestaat de bewijsvoering tegen D. uit „een aftelsom, waarbij D. uiteindelijk overblijft.” Het ontbreken van sporen van verzet maken het bovendien waarschijnlijk dat het slachtoffer buiten zijn auto is gedood, meent Ong Sien Hien. [1] 
    • Probleem van Sneekweek is dat de personages een flinterdun oppervlakkig karakter hebben. De meesten zijn onsympathiek, waardoor het de kijker worst is of zij wel of niet een spijker door het hoofd krijgen. Alleen Carolien Spoor krijgt de kans om iets meer uit haar rol te halen. Dat zal de liefhebbers vermoedelijk een zorg zijn. Deze Nederhorror is niet meer dan de bekende aftelsom met een thrillerelementje: wie is de dader? Ook die ontknoping is niet bijster origineel. [2] 
    • Ook wat geweld betreft houdt Tarantino zich niet in. Zijn vaste keuze Samuel L. Jackson speelt de interessantste rol: een held uit de Burgeroorlog die de spil vormt in deze ultragewelddadige aftelsom. [3] 

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Verwijzingen