aftelbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·tel·baar
Woordherkomst en -opbouw

afleiding van naamwoord van handeling aftellen met het achtervoegsel -baar

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aftelbaar aftelbaarder aftelbaarst
verbogen aftelbare aftelbaardere aftelbaarste
partitief aftelbaars aftelbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

aftelbaar

  1. met de mogelijkheid om naar beneden te kunnen tellen
    Een aftelbaar oneindige verzameling bevat oneindig veel elementen die te nummeren zijn (de natuurlijke getallen, de zandkorrels op aarde, et cetera); een overaftelbare verzameling bevat oneindig veel elementen die niet meer te nummeren zijn (het aantal punten op een lijnstuk, de reële getallen, et cetera).[1]
Gangbaarheid
89 % van de Nederlanders
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. F.A. Muller NRC 18 april 1992