aftapbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·tap·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aftapbaar aftapbaarder aftapbaarst
verbogen aftapbare aftapbaardere aftapbaarste
partitief aftapbaars aftapbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

aftapbaar

  1. van een telefoon of ander communicatie apparaat: dat het afgeluisterd kan worden
    • Ik word gefilmd. Als ik tank bij een benzinestation, als ik wacht op het perron, in een winkelstraat, bij een geldautomaat, als ik bij iemand aanbel. We leven tussen de flitspalen, telefoons zijn aftapbaar en traceerbaar, cookies en spyware infiltreren onze computers. Mag het verbazen dat in zo'n omgeving een tv-programma gedijt als Big brother , dat "zero privacy" in het vaandel draagt? [1] 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Standaard 4 maart 2006 Filip Huysegems Dokte Pulp. De angst om níet bekeken te worden