afstaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·staan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afstaan
stond af
afgestaan
klasse 6 volledig

Werkwoord

afstaan

  1. overgankelijk uit handen geven
    • Hij wilde zijn brommer niet afstaan, maar moest het wel. 
  2. inergatief ~ van: zich op een afstand bevinden
    • Hebben we in het Westen al ooit zo ver afgestaan van de natuur? 
Uitdrukkingen en gezegden
  • ver afstaan van iets
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.