afsplitsing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·split·sing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afsplitsing afsplitsingen
verkleinwoord afsplitsinkje
afsplitsingetje
afsplitsinkjes
afsplitsingetjes

Zelfstandig naamwoord

afsplitsing v

  1. afscheiding
    • Vooral in de protestantse kerken kent men een rijke geschiedenis van afsplitsingen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.