afsplitsing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·split·sing
enkelvoud meervoud
naamwoord afsplitsing afsplitsingen
verkleinwoord afsplitsingetje afsplitsingetjes

Zelfstandig naamwoord

afsplitsing v

  1. afscheiding
    Vooral in de protestantse kerken kent men een rijke geschiedenis van afsplitsingen.