afsplitsing
Uiterlijk
- Geluid: afsplitsing (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɑfsplɪtsɪŋ / (3 lettergrepen)
- af·split·sing
- Naamwoord van handeling van afsplitsen met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | afsplitsing | afsplitsingen |
| verkleinwoord | afsplitsinkje afsplitsingetje |
afsplitsinkjes afsplitsingetjes |
de afsplitsing v
- afscheiding
- Vooral in de protestantse kerken kent men een rijke geschiedenis van afsplitsingen.
- Het woord afsplitsing staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "afsplitsing" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ing in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %