afspiegeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·spie·ge·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afspiegeling afspiegelingen
verkleinwoord afspiegelingetje afspiegelingetjes

Zelfstandig naamwoord

afspiegeling v

  1. afbeelding van iets
    • De getuige gaf geen juiste afspiegeling van wat er was gebeurd. 
     Haar zwakke en deprimerende ‘oké’ was een lichte afspiegeling van de apathische toestand waarin ze zich ineens bevond.[1]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be