afspærret

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·spær·ret
Woordherkomst en -opbouw
  • Bijvoeglijk naamwoord: voltooid deelwoord van het Deense werkwoord afspærre met het voorvoegsel af- en met het achtervoegsel -t
Naar frequentie 10165
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
g enkelvoud afspærret
o enkelvoud afspærret
meervoud afspærrede
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
afspærrede

Bijvoeglijk naamwoord

afspærret

  1. afgesloten, afgezet
Typische woordcombinaties
  • et afspærret område
een afgezet gebied

Werkwoord

afspærret

  1. voltooid deelwoord van afspærre