afschaffing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·schaf·fing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afschaffing afschaffingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

afschaffing v

  1. het doen ophouden te bestaan van een regel, wet, instelling, ambt e.d
Vertalingen