afsøger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Woordafbreking
  • af·sø·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Deense werkwoordsvorm met het voorvoegsel af-
Naar frequentie 71318

Werkwoord

afsøger

  1. tegenwoordige tijd van afsøge