afrolbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·rol·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen afrolbaar afrolbaarder afrolbaarst
verbogen afrolbare afrolbaardere afrolbaarste
partitief afrolbaars afrolbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

afrolbaar

  1. met de mogelijkheid om wat opgerold is weer af te rollen
    • De Portable Road van R.V.M. is een op- en afrolbaar wegdek van hoogwaardige kunststof en staaldraad. Met de mobiele machine, de Fast Deployment Tool, kan er in korte tijd een stevig (tijdelijk) wegdek worden aangebracht.[1]  
Antoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. NRC 9 juni 2012
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be